Woordenlijst snowboards


ALLMOUNTAINSNOWBOARD

Een allmountain- of allroundsnowboard verwijst naar een polyvalent snowboard. De snowboarder skiet moeiteloos op alle terreinen.

SNOWBOARDCROSS

Naar het voorbeeld van de skicross gaat de snowboardcross terug op de motorcross. Het is een wedstrijd waarbij vier snowboarders om het snelst over een parcours met hindernissen van een berg afdalen. De eerste die aankomt heeft gewonnen. 

FLEX

De flex verwijst naar de soepelheid van het snowboard op drie punten: de schouder, de taille en de hiel. De flex bepaalt de nervositeit en bijgevolg het gedrag van het snowboard. De verschillende combinaties van soepheidsgraden zijn even talrijk als de assortimenten en programma’s die de fabrikanten ontwikkelen. Bijvoorbeeld: hoe stijver de hiel is, hoe nerveuzer en dynamischer het snowboard op het eind van een bocht is.

FREECARVESNOWBOARD

Het freecarvesnowboard is aangewezen voor het snowboarden op de piste en op harde sneeuw. Het heeft een polyvalent carvegedrag maar het heeft bijvoorbeeld geen slalomgedrag. Het kenmerkt zich door zijn polyvalentie op de piste.

GOOFY

Goofy verwijst naar het snowboarden met de rechtervoet naar voren.

REGULAR

Regular verwijst naar het snowboarden met de linkervoet naar voren.

TORSIE

Een snowboard moet tegelijk min of meer soepel zijn bij de buiging en stijf zijn bij de draaiing. De combinatie van deze twee eigenschappen vergt hoogwaardige technieken. De fabrikanten gebruiken verschillende stoffen om dat mechanische vermogen te verkrijgen en te beantwoorden aan de verwachtingen van de snowboarder.

 

Huur uw ski's bij Sport 2000

Geniet van producten en diensten van uitstekende kwaliteit

Reserveer uw materiaal