Woordenlijst ski's


GRIP

De ski behoudt het contact met de piste ondanks de moeilijke skiomstandigheden (sneeuwdek, glooiing van de helling, hoge snelheid).

ALLMOUNTAINSKI

Een allmountainski is een polyvalente ski waarmee bij om het even welk weer op en buiten de pistes kan worden geskied. De taille – de smalste breedte van de ski onder de skischoen – is breder dan bij een pisteski. 

CARVEN

Gesneden bochten maken.

CARVING

Vorm van skisport waarbij de skiër op geprepareerde pistes grote gesneden bochten maakt en zich zo veel mogelijk in de bochten probeert te buigen. De carving duidt ook op de carveski

FLEX

De flex verwijst naar de buiging van de ski. Het bepaalt zijn gedrag, dynamiek en nervositeit. Voor de dames, met een lager gewicht en een andere lichaamshouding op de ski's dan de heren, bestaan er specifieke soepele ski's (flex Lady).

GEMIDDELDE BREEDTE

De gemiddelde breedte van een ski heeft het skigedrag wezenlijk veranderd. De gemiddelde breedte wordt bepaald door de breedte van de ski op drie punten: de schouder, de taille en de hiel. Samengevat betekent dat het volgende: hoe smaller de taille, hoe groter het verschil tussen de breedtes van de schouder en de hiel, te vergelijken met die van de schaats, en hoe parabolischer de ski is.

TAILLE

De taille is het smalste gedeelte van de ski. Het bevindt zich onder de skischoen. De breedte van een ski kenmerkt een ski. Een goede breedte zorgt voor een ski die stabiel blijft op om het even welke sneeuw en die 'drijft' op poedersneeuw.

DRAAICIRKEL

De draaicirkel is de theoretische cirkel die een ski zou beschrijven als hij op de zijkant zou liggen. De draaicirkel hangt dus af van de breedte van de ski op drie punten: schouder, taille en hiel. Hoe meer die breedte uitgehold is, hoe kleiner de draaicirkel zal zijn en omgekeerd.

IMPULS

Vermogen van de ski om vlug uit een gesneden bocht te komen en met nog meer energie en snelheid een andere bocht te nemen.

ROCKERPROFIEL

Bij een rockerprofiel komt het voorste deel van de ski wat omhoog van de sneeuw

BELAG

De belag is het glijvlak van een ski. Hij is gewoonlijk van polyethyleen vervaardigd en is in de lengte lichtjes ingekervd om de gesmolten sneeuw zo vlug mogelijk te verwijderen en zo de snelheid van de skiër te vergroten.

VORMGEVING

De vormgeving verwijst naar de algemene vorm, de gemiddelde breedte en de lengte van de ski.

SCHOUDER

De schouder is het voorste deel van de ski. Dankzij zijn lichtjes omgebogen vorm breekt hij de sneeuw. De term 'dubbele punt' betekent dat de hiel van de ski ook omgebogen is waardoor de skiër kan achteruitskiën, zoals bij het freestyleskiën.

HIEL

De hiel is het achtereind van de ski.

Huur uw ski's bij Sport 2000

Geniet van producten en diensten van uitstekende kwaliteit

Reserveer uw materiaal